Toen Carl Adriansens in 2007 het boerenbedrijf Hof ter Meulen in De Haan overnam van zijn ouders, kreeg hij het moeilijk met de traditionele varkenshouderij. Hij ging samen met zijn echtgenote Tessa Vanhie op zoek naar een nicheproduct en kwam uit bij het Hongaarse wolvarken, ook wel Mangalicavarken genoemd. Die lijken hun wollen vacht wat op schapen maar het zijn toch echte varkens.

Ze besloten het roer om te gooien. Het ging van 3.100 industriële varkens naar 500. Volgend jaar willen ze helemaal stoppen met de industriële varkensteelt. Het aantal Mangalica’s blijft intussen stabiel op 160. Eens de klassieke bedrijfstakken zijn stopgezet, is dat voldoende om er een gezond bedrijf te runnen. Het varkenskensvlees verwerken ze in hun eigen hoeveslagerij. Daarnaast telen ze vollegrondsaardbeien en witte asperges. Alles wordt op de boerderij verkocht.

Innovatie zoals het hoort

Carl fietst gezwind zijn bedrijf rond, bluetoothoortje voor de gsm in het oor. Op dit bedrijf is niets oubollig. Carl houdt van technologie en innovatie. Zijn innovatiefocus ligt niet enkel op technologie an sich, maar ook op systemisch en ecologisch vlak. Hij houdt de vinger aan de pols van alles wat beweegt op wetenschappelijk gebied en creëert ruimte om met nieuwe inzichten te experimenteren op zijn eigen bedrijf. Samen met zijn vrouw Tessa gaat hij honderd procent voor zijn bedrijf en zoekt hij non-stop naar een duurzamer, meer rendabel en sociaal verantwoord productiemodel.

Klassiek geschoold, een nieuwe wind

Carls familie was al generaties lang actief in de landbouw en hij groeide op op een klassiek veeteelt- en akkerbouwbedrijf, met de focus op industrialisering en grootschaligheid. Zoals velen ging Carl eerst een lening aan om een uitbreiding te financieren. Maar al snel liep hij tegen de realiteit aan, een goede opbrengst het ene jaar compenseert maar deels verliezen in de opeenvolgende jaren. Specialisatie en hoge schulden hielden het bedrijf in een wurggreep.

Carl en Tessa werden geconfronteerd met de nefaste impact van hun bedrijf op het milieu. De biodiversiteit was laag en in natte jaren werd zijn bodem helemaal kapotgereden. Dit alles leidde tot onrust, wat uitstraalde op hun relatie. Carl: ”De geboorte van ons eerste kind veranderde ons wereldbeeld. Plots waren we niet meer enkel verantwoordelijk voor onszelf, maar ook voor de toekomst van de volgende generaties. Een wereld achterlaten waar onze kinderen een leefbare toekomst hebben, werd even belangrijk als het bedrijf vandaag runnen.”

Ze kwamen terecht bij de korte keten. Carl: “Eerst lag onze focus op het telen van aardbeien. Qua opbrengst niet evident in de zware polderklei. Maar de smaak bleek subliem en de lokale vraag enorm. We konden investeren in een nicheproduct met meerwaarde. Dat gaf dan misschien wel wat minder omzet, maar de winst overvleugelde al snel onze andere bedrijfstakken.”

Minder dieren, meer smaak

De Mangalicavarkens zijn de ideale partners voor een kleinschaliger productiemodel. In de winter beschermt hun vacht tegen de kou, in de zomer maakt het dat ze niet zo snel verbranden. Daardoor kunnen ze in de weide staan. Het voeder teelt Carl zelf, met bijvoorbeeld een nateelt van gerst, erwten en Japanse haver. De Mangalicavarkens hebben een goede, natuurlijke weerstand opgebouwd, waardoor ze zo goed als geen geneeskundige kosten en antibiotica nodig hebben. De varkens groeien trager dan de courante rassen. Het vlees is duidelijk zichtbaar dooraderd met vet, waardoor het malser is en meer smaak heeft.

De reguliere beenhouwers kenden enkel het magere, industriële varkensvlees. Ze hadden niet de kennis om op een goeie manier met het Mangalica-vlees om te gaan. Tessa besloot om een slagersopleiding te volgen, en daardoor gaat er niets van het varken verloren. Alles wordt gebruikt van kop tot staart.

Tessa en Carl merken toch dat er een bewustwording groeit bij hun klanten. Carl: “Onze klanten komen langs op de boerderij en er ontstaat een dialoog. Als boer kan ik hen alle processen tonen, van hoe de varkens leven in de weide tot de lokale verwerking van ons vlees. Zo wordt de boer weer een gerespecteerde schakel in het dagelijkse leven van vele klanten. Iets waar in het klassieke model geen plaats voor is door een te grote afstand tussen producent en consument.”

Carl: “De Mangalicavarkens zijn de ideale partners voor ons kleinschaliger productiemodel. Ze groeien trager, waardoor het vlees malser is en meer smaak heeft.”

Agroforestry

Een belangrijke investering was het aanplanten van bomen. Agroforestry zien Tessa en Carl als een verrijking van hun productiemodel. De bomen leveren niet enkel fruit en noten maar ook schaduw voor de varkens, en het zijn belangrijke landschapselementen voor vogels en insecten. Daarbij slaan ze ook nog een extra hoeveelheid koolstof op, echte klimaatslimme landbouw dus. Carl: “Om de onkruiddruk tussen de bomen laag te houden, houden we nu parelhoenen. Je hebt geen bosmaaier nodig en de klanten krijgen een extra troef: met kerstmis kunnen ze gevulde parelhoen bestellen. Weer een maatregel die enkel positieve eigenschappen met zich meebrengt voor zowel milieu, het sociale als de economische kant van hun bedrijf.”

Zelf dromen Carl en Tessa ervan om een gesloten systeem te maken op hun boerderij, waar ze zelf het voeder voor de varkens kweekt, waar de kippen wroeten in de mest van de varkens en de kippenmest dan weer goed is voor de aardbeienplanten. Ze zoeken manieren om het gebruik van chemische pesticiden te vermijden. Zoals grasstroken tussen de aardbeien die bladluizen maar ook lieveheersbeestjes aantrekken. De aardbeien komen later op het gras, waardoor ze kunnen profiteren van dit natuurlijk evenwicht.

Houtkanten en bloemstroken zorgen dan weer voor de aanwezigheid van roofvogels die de houtduiven weghouden van de aardbeien. Het is duidelijk, Carl en Tessa zien de natuur als een bondgenoot, niet als een te bestrijden kwaad. Elke stap richting duurzaam productiemodel zet een kettingreactie in gang die hun model op verschillende vlakken robuuster maakt.

Carl: “Een belangrijke investering was het aanplanten van bomen. Die leveren niet enkel fruit en noten maar ook schaduw voor de varkens, en ze zijn belangrijk voor vogels en insecten.”

Transitiefonds

Is alles dan rozengeur en maneschijn? Zeker niet, zoals bij elke stiel is het knokken en komen telkens nieuwe uitdagingen op hen af. Het klassieke systeem hield Tessa en Carl vooral tegen om anders te gaan werken. De historische schuldenlast verdween niet vanzelf. Om de omslag te maken heeft Carl er nog een job bijgenomen: hij verdeelt korteketenproducten onder horecazaken uit de buurt.

Vele varkenstelers willen het anders maar zitten vast in het klassieke model. De overheid kan een uitweg bieden door een transitiefonds op te richten dat de boeren financiële ademruimte biedt en hen zo de mogelijkheid geeft om om te schakelen. Ook een landbouwbeleid dat publieke diensten vergoedt, kan de transitie naar duurzame productiemodellen versnellen. Carl levert niet alleen voedsel maar draagt ook bij aan koolstofopslag en verhoogt de algemene milieukwaliteit. Van dat voordeel geniet de hele samenleving. Het is niet meer dan logisch dat daar een correcte vergoeding vanuit de maatschappij tegenover staat.

Gemoedsrust

Het verhaal van Tessa en Carl is straf, getuigt van durf en de juiste inzichten. Zulke ondernemers tonen de weg: zo kunnen we ons hele voedingssysteem verduurzamen.

Goede voorbeelden kunnen andere landbouwers inspireren om zelf de stap te zetten.

Tessa en Carl tonen hoe de zoektocht naar een kleinere veestapel op een sociaal en ecologisch verantwoorde manier kan verlopen. Ze geven ook toe zelf niet dagelijks vlees te eten. Minder en beter is het concept dat ze met hart en ziel uitdragen. Naast de economische en ecologische voordelen van hun bedrijfsmodel is de sociale impact nog belangrijker. Ze hebben een goeie band met hun klanten, voelen zich deel van de maatschappij. Deze manier van produceren geeft betekenis aan hun eigen leven, dat van hun gezin en dat van de klanten. Naast talloze uitdagingen kregen ze ook iets anders, nog belangrijkers in de plaats: gemoedsrust. Een politiek beleid is nodig dat inspeelt op het belang van deze gemoedsrust, eerder dan landbouwers vast te klemmen in het klassieke denken. Dat is het soort landbouwbeleid dat de omslag naar een duurzamer voedselmodel echt kan versnellen. Goed voor boer, milieu en maatschappij.

“Een landbouwbeleid dat de boeren niet vastklemt in het klassieke denken, kan de omslag naar een duurzamer voedselmodel echt versnellen. Goed voor boer, milieu en maatschappij.”

 

Dit portret is afkomstig van Bond Beter Leefmilieu, een van de partnerorganisaties van Voedsel Anders.

Foto: BBL, Laurens De Meyer

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen: 

Met de steun van:Logo steun Vlaanderen