Tuinbouwer, onderzoeker, verkoper, activist Assèta Zida

Ongeveer 90 procent van de inwoners van Burkina Faso is boer. Maar dat is niet evident in een land waar het nauwelijks regent, waar de woestijn elke dag meer en meer vruchtbare grond inpalmt, en waar het beleid vooral grootschalige, geïndustrialiseerde landbouw ondersteunt…
De vijftigjarige Assèta Zida woont in Gomponsom, een dorp omringd door de woestijn op twee uur rijden van de hoofdstad Ouagadougou. Daar leeft ze samen met drie van haar zeven kinderen. Vroeger woonde ze in Ivoorkust, waar haar man een cacaoveld bewerkt, maar vanwege gezondheidsproblemen is ze teruggekeerd naar Burkina Faso. Dankzij een stukje tuinbouwgrond van 500 m² dat ze sinds 2002 in haar bezit heeft, kan Assèta zichzelf en haar kinderen te onderhouden. Een dam één kilometer verderop zorgt voor het nodige water.

Dankzij biologische bestrijdingsmiddelen en natuurlijke mest kunnen uien langer bewaard worden.

Ziektes en insecten

Tuinbouwvelden in Burkina Faso zijn een handige extra bron van inkomsten voor de plaatselijke bevolking. Het systeem wordt al tientallen jaren toegepast, maar heeft ook zijn beperkingen. De teelt wordt vaak aangetast door ziektes en insecten. Om die problemen te bestrijden valt men vaak terug op dure, chemische pesticides, die op hun beurt gezondheidsproblemen bij kinderen veroorzaken.

Dat overkwam ook de tuinbouwveldjes in de buurt van Gomponsom. Een aantal boerinnen vond dat het zo niet verder kon. In 1998 richtten ze een onderzoeksgroep op, met de hulp van Diobass (een organisatie waarmee Broederlijk Delen samenwerkt). Het doel: biologische pesticiden ontwikkelen op basis van lokale planten. Zo kunnen de boeren zelf bestrijdingsmiddelen produceren en gezondheidsproblemen tegen gaan.

Biologische bestrijdingsmiddelen

Na zes jaar experimenteren ontwikkelden ze drie biologische bestrijdingsmiddelen op basis van lokale planten. Assète Zida werd in 2002 lid van de groep. Sindsdien gebruikt ze enkel nog deze biopesticiden. “We merken dat de bodem van de tuinbouwveldjes uitgeput geraakt”, vertelt Assèta. “Zowel ik als de andere vrouwen proberen dit tegen te gaan door niet altijd dezelfde gewassen te telen. Ook gaan we op zoek naar planten die een gunstig effect hebben op de vruchtbaarheid van de bodem.”

Het grootste deel van de opbrengst van de tuinbouwvelden wordt verkocht op de lokale markt. Op voorwaarde dat de prijzen op het moment van de oogst gunstig zijn natuurlijk, want anders worden ze bewaard tot de prijzen weer stijgen. Uien bijvoorbeeld kunnen zo’n drie à vier maanden bewaard worden als ze gestockeerd worden in een goede bewaarkelder. Het gebruik van biologische producten en natuurlijke compost zorgt er voor dat uien langer bewaard kunnen worden.

Ooit wil ik volledig bio produceren.

Oneerlijke concurrentie

Ook Assèta past deze regels toe. De uitwerpselen van haar schapen en geiten dienen als bemesting. Of toch deels. Assèta: “Ooit wil ik volledig biologisch produceren. Maar dat vergt veel werk en investeringen. De concurrentie met niet-biologische landbouw blijft oneerlijk. Bovendien zijn de met kunstmest geteelde uien groter. Opkopers en consumenten zijn (nog) niet bereid om meer te betalen voor biogroenten. Het is voor boeren moeilijk om te overleven op louter biologische landbouw.”

Vandaag is Assèta een voorbeeld voor andere vrouwen in Burkina Faso. Door het werk in de onderzoeksgroep en de boerenvereniging, en door de vormingen die ze geeft, is Assèta een lokale beroemdheid geworden. Dat was ooit anders. Voeger zat Assèta alle dagen thuis om in het huishouden te werken. Ze was alleen met de kinderen. Ze moest met weinig rondkomen, en regelmatig aankloppen bij haar ouders. “Maar de vormingen en begeleiding van Diobass hebben me wakker geschud. En doen beseffen dat ik wel iets waard ben.”

Dit portret is afkomstig van Broederlijk Delen, een van de partnerorganisaties van Voedsel Anders. Meer informatie over Broederlijk Delen vind je op www.broederlijkdelen.be

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen: 

Met de steun van:Logo steun Vlaanderen