“Boeren zijn heel belangrijk want zij onderhouden het landschap,” zegt John Van Gompel, bezieler van de Uitkerkse Polder, een uitgestrekt natuurgebied van zo’n 1.400 hectare. “Zonder hen zouden we al dat werk voor het beheer helemaal zelf moeten doen.”

Van Gompel slaagt erin om in Uitkerke een solide samenwerking op te bouwen tussen zeventig lokale boeren. Hun runderen begrazen de graslanden en beheren op die manier de kustpolder, die het hele jaar door druk bezocht wordt door tal van vogelsoorten. Weidevogels zoals de grutto, de kluut en de kievit kunnen er ongestoord broeden, maar ook de slobeend en de wintertaling vinden er een ideaal plekje voor hun nageslacht. Van november tot maart zie je er zelfs duizenden overwinterende ganzen.

Win-win

Boer André De Ryckere is een veehouder wiens koeien in de Uitkerkse Polder grazen. Hij is omgeschakeld van witblauwe runderen naar een koeienras uit het zuidwesten van Frankrijk: Blonde d'Aquitaine. Dat is een ras dat goed gedijt op de schrale graslanden in de Polders.

Als ik naar mijn handen kijk, dan kan ik geen verschil zien of dat de handen zijn van een boer of van een natuurbeheerder. Ik zie gewoon vier handen die samen de hele dag bezig zijn met bomen planten, kanten maaien… Het verschil zit tussen onze oren.

De Ryckere kan zijn bedrijf goed runnen: “De kudde is groot en mijn dieren hebben veel ruimte nodig. Gelukkig beschik ik via Natuurpunt over een grote weide. Onze samenwerking is complementair. De omschakeling was voor mij een goede zaak.” Zo blijkt er bijvoorbeeld een grote vraag te zijn naar stierkalveren van Blonde d’Aquitaine.

“De boer moet zelf niet investeren,” legt Van Gompel uit. “Wij kopen de gronden en de boer hoeft bovendien aan ons geen pacht te betalen. Hij krijgt nog al zijn premies en op de gronden kan hij nog een gedeelte van de mest kwijt. Dat is beheer volgens het oude systeem: gedurende het voorjaar en tijdens de zomer zwerft de stier met zijn kudde koeien op de weides rond en herstellen zij mee het natuurlijk landschap. Dat is een win-winsituatie, voor de boer én voor de natuur.”

Voor wat hoort wat

Daartegenover staat dat de boer de weides beheert. Het gras moet tegen de winter kort staan anders ontstaat er verruiging. Dan krijg je veel riet en dat is geen goede zaak voor de weidevogels. Het riet belemmert immers hun zicht. Om in te staan voor hun eigen veiligheid is het belangrijk dat zij hun omgeving goed kunnen observeren.

Gedurende het voorjaar en tijdens de zomer zwerft de stier met zijn kudde koeien op de weides rond en herstellen zij mee het natuurlijk landschap. Dat is een win-winsituatie, voor de boer én voor de natuur.

De kuddes mogen pas vanaf eind mei op de weide. Indien de koeien begin april al op de weide toegelaten zouden worden, kunnen ze de vogels, hun nesten en hun pasgeboren kuikens vertrappelen. Dit late tijdstip betekent voor de boer extra verlies: hoe langer hij zijn koeien op stal moeten houden, hoe meer moet bijvoederen met dure veevoeders. Wel kunnen ze het weidegras maaien en dat vervolgens opslaan als veevoeder.

“Als ik naar mijn handen kijk, dan kan ik geen verschil zien of dat de handen zijn van een boer of van een natuurbeheerder. Ik zie gewoon vier handen die samen de hele dag bezig zijn met bomen planten, kanten maaien… Het verschil zit tussen onze oren,” zo besluit boer André.

Dit is een portret op basis van de video van Natuurpunt, één van de partners van Voedsel Anders.  Met de steun van de Europese Commissie.

fotografie: Frank Vassen

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen op