“Landbouwbeleid moet over de bevoegdheden heen coherent zijn”, zo stelt Voedsel Anders in haar eisenbundel. “Landbouwbeleid is geen eiland op zich, maar staat in wisselwerking met andere beleidsdomeinen zoals klimaat, buitenlandse zaken, handel, ontwikkelingssamenwerking,…” Overwegingen uit die andere beleidsdomeinen moeten meegenomen worden bij het uittekenen van het Gemeenschappelijke Europese LandbouwBeleid (GLB), meent Voedsel Anders. Het beleid in de EU of in België mag niet ten koste gaan van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in het zuiden. Daar loopt het vaak mis. Het opgeven van de Europese melkquota in 2015 bijvoorbeeld had verrijkende gevolgen. Het noopte de Burkineese Korotoumou Gariko tot actie om de lokale melksector beter te beschermen tegen Europese goedkope import.

De West-Afrikaanse republiek Burkina Faso behoort tot een van de armste landen ter wereld. Voor de Burkinese boeren is het aartsmoeilijk om zichzelf en hun familie van voedsel te voorzien. Naast een tekort aan infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg, is de bodem er moeilijk bewerkbaar en teisteren extreme droogtes het land. Daarbovenop krijgen de Burkinabé te maken met de groeiende Europese concurrentie. Dat ondervonden bijvoorbeeld de Peul, die een nomadisch leven leiden. “De vrouwen halen hun inkomen vooral uit de verkoop van melk”, vertelt Korotoumou Gariko. Zij is de oprichtster van de Nationale Unie van Minimelkerijen en Melkproducenten (UMPL-B).

De een zijn melk, de ander zijn boter

Het woord voor melk in de taal van de Peul is ‘Kossam’. Dat betekent letterlijk: ‘het beste wat er is’. Vandaag drinken de Burkinabé niet langer ‘het beste wat er is’ en het Europese landbouwbeleid is daar onrechtstreeks de oorzaak van.

Als een koe in Burkina Faso drie liter melk per dag geeft en een Europese tien keer zoveel, hoe kunnen wij dan concurreren?

Met de opgekochte melk van Europese boeren maken de zuivelbedrijven boter. Ze doen dit door het dierlijk vet uit de melk te halen. De vraag naar boter is sterk gestegen waardoor de zuivelindustrie deze aan hoge prijzen op de markt kan brengen.


De magere melk die overblijft, wordt dan hervet met palmolie om dan verder verwerkt te worden tot ‘melk’poeder. De productie van deze ‘valse’ melk is goedkoper maar draagt onrechtstreeks ook bij aan een immense ontbossing. Het aanleggen van palmolieplantages heeft immers geleid tot ontbossing op grote schaal, vooral in Indonesië en Maleisië. Door die omzetting van bossen en veengebied in palmolieplantages kwam veel CO2 vrij, wat bijdraagt aan de klimaatopwarming.

Door de aanrijking met palmolie kan deze ‘nieuwe melk’ niet meer als zuivelproduct beschouwd worden wat de zichtbaarheid in de exportcijfers belemmert. Het met palmolie aangerijkte ‘melk’-product wordt naar West-Afrika geëxporteerd en daar verkocht op de markt voor prijzen die tot 30% goedkoper zijn dan de lokale melk.

Lage prijs, lage kwaliteit

“Door die goedkope prijzen kunnen we de Burkinabé maar moeilijk overtuigen om lokale melk te kopen,” vertelt Korotoumou. “Als een koe in Burkina Faso drie liter melk per dag geeft en een Europese tien keer zoveel, hoe kunnen wij dan concurreren?”

Ook de Burkinese consument is slachtoffer. Hij of zij weet niet dat de verkochte vloeibare melk of yoghurt vaak geproduceerd wordt op basis van hervette poeders. Palmolie bevat maar een fractie van de kwaliteitsvolle voedingsstoffen die in onze melk zit!”

Samenwerken

Korotoumou bleef niet bij de pakken zitten. Ze nam het initiatief om de Peulvrouwen samen te brengen en zo de lokale melksector te beschermen tegen de goedkope import van buitenlands melkpoeder. “We hebben de Unie van minimelkerijen (UMPL-B) opgericht. Zo hebben we ervoor kunnen zorgen dat onze eigen producten beter verdeeld worden op de markt. Samen zetten we de overheid onder druk. Het gaat tenslotte om ons voedsel en ons leven!”

De UMPL-B kwam er met steun van Oxfam Solidariteit, die de Burkinese vrouwen helpt om hun eigen producten beter te verdelen op de markt. Jaarlijks organiseert de Unie ook een melkbeurs in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Op deze melkbeurs proeven de Burkinabé melk, yoghurt en andere verse producten. De jaarlijkse melkbeurs helpt de Burkinabé te overtuigen dat Burkinese zuivelproducten van betere kwaliteit, net zo lekker en even lang goed blijven als Europese zuivelproducten. Verder voorziet Oxfam Solidariteit de Burkinese vrouwen van materiële ondersteuning en training voor alles wat te maken heeft met het voeren van eerlijke handel met respect voor de mens en natuur.

Dit en gelijkaardige initiatieven zijn een stap in de goede richting, maar ook de overheden zullen hun steentje moeten bijdragen. Verschillende ngo’s pleiten voor een terugkeer naar het Europese beleid van productiebeperking en betere ondersteuning van de lokale landbouwers.

Samen zetten we de overheid onder druk. Het gaat tenslotte om ons voedsel en ons leven!

Dit portret is afkomstig van Broederlijk Delen, een van de partnerorganisaties van Voedsel Anders.

Dit portret is een illustratie van het vijfde principe “Zorg voor een wederzijdse toets van het landbouwbeleid met het klimaatbeleid en het beleid inzake buitenlandse zaken, handel en ontwikkelingssamenwerking” uit de GLB eisenbundel van Voedsel Anders “Vijf principes voor een Vlaams strategisch landbouwplan”.

 

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen op