Wat is de waarde van alternatieve voedselmodellen? Deze vraag stelde Marlinde Koopmans zichzelf tijdens haar onderzoek aan de Universiteit Gent en het ILVO. Zij pleit voor verbinding in plaats van het wij-zijdiscours tussen conventionele en niet conventionele voedselmodellen te versterken. Die verbinding – zowel tussen productiemethodes onderling als tussen andere actoren zoals consumenten en beleidsmakers – is essentieel willen we een voedselsysteem creëren dat weerbaar is tegen verandering.

Systeemverandering

Marlindes wortels zitten vooral in de biodynamische landbouw. Gaandeweg raakte ze er als onderzoeker van overtuigd dat de opdeling in verschillende voedselmodellen artificieel is. Die vertrekken vooral vanuit een overtuiging, terwijl een bredere benadering nodig is om voor elk bedrijf de juiste oplossingen te vinden. Biodynamisch, biologisch, agro-ecologisch, conventioneel en stadslandbouw hebben allen hun waarde en we moeten op zoek gaan naar gedeelde sterktes. Veranderen, innoveren maar ook het huidige systeem grondig in vraag durven stellen horen bij het optimaliseren van ons voedselsysteem. En daar knelt momenteel het schoentje.

Het huidige dominante voedselsysteem is volledig ingebed in het klassieke denken.

 

Het huidige dominante voedselsysteem is volledig ingebed in het klassieke denken. Dat betekent dat innovaties vooral de bedoeling hebben om productiever en/of kostenefficiënter te werken. Alleen worden landbouwsystemen geconfronteerd met constante verandering, en dat vraagt aanpassingsvermogen. Daarom is ook verbinding zo belangrijk, want elke win-win (op ecologisch, sociaal of economisch vlak) maakt een bedrijf sterker.

Elk landbouwbedrijf heeft zijn eigen specifieke omstandigheden. Wat efficiënt is voor de ene, is dat niet bepaald voor de andere. Zo is thuisverwerking op een toeristische locatie interessanter dan in the middle of nowhere. Marlinde argumenteert dat het klassieke landbouwmodel een zeer enge interpretatie is van wat landbouw mogelijk te bieden heeft. Daarnaast lijkt het met zijn focus op economische productiviteit zijn veranderingskracht te hebben verloren. Alternatieve voedselmodellen zoals agro-ecologie blinken hier juist in uit. Agro-ecologie neemt het circulaire en verbindende denken als uitgangspunt, ze is constant in ontwikkeling en experimenteert in interactie met maatschappelijke en ecologische processen. Maar deze vaak innovatieve verbindingen worden zelden verder ondersteund vanuit het beleid.

Vogel en steen

Er is dus een andere aanpak nodig vanuit het beleid. Het beleid zou ruimte moeten laten voor experimenteren en de ontwikkeling van nieuwe modellen moeten stimuleren. Nu ligt de focus te hard op het vasthouden aan het bestaande model. Er bestaat een interessante vergelijking Om het verschil tussen deze twee vormen van beleid te illustreren haalt Marlinde de vergelijking aan van de vogel en de steen, gemaakt door Chapman (2001). Als je een vogel (beleid) op een steen (doel) wil laten landen, zijn er twee benaderingen mogelijk. 

Je bindt de vleugels van de vogel vast. Meet de windsnelheid, afstand tot de steen, de massa van de vogel en zijn hoogte. Op basis van deze parameters kan je de vogel gooien om hem perfect te doen laten landen op de steen. De grote zwakte zit hem in de rigiditeit. Als één parameter plots verandert, bijvoorbeeld de wind, zal de vogel zijn doel niet meer bereiken, daarvoor zal er terug een nieuwe berekening gemaakt moeten worden. Toch wordt vandaag veel beleid, alsook het landbouwbeleid zo opgezet. Deze strategie is echter niet bestand tegen processen van constante verandering waarin de landbouw zich bevindt.

Als alternatief kan je niet de richting, maar het doel centraal zetten. Door eten op de steen te leggen en de vogel vrij te laten vliegen, geef je de vogel de mogelijkheid om zelf te handelen, en zijn capaciteiten in te zetten om de steen te bereiken. Bij meer wind zal hij bijvoorbeeld zelf kunnen bijsturen om toch de steen te bereiken. Zo'n beleid laat ruimte aan alternatieve modellen, zoals agro-ecologie, om te experimenteren en te ontwikkelen naargelang zijn specifieke context.

Opschaling van de niche

Deze ruimte moet alternatieve landbouwmodellen in staat stellen om verder te ontwikkelen en uit de niche te breken. Veel van deze modellen hebben vaak een innovatieve aanpak, niet alleen op het vlak van voedselproductie, maar ook in hun samenwerking met andere actoren. Ook dit laatste type innovaties kan men meenemen wanneer men denkt aan het opschalen van alternatieve landbouwmodellen. Kortom, opschalen staat niet synoniem voor groeien in termen van voedselproductie. Elk bedrijf in elk model heeft zijn juiste schaal. Er bestaat het gevaar voor agro-ecologie is dat ze, door zijn inbedding in ons klassieke beleid, puur ondersteuning krijgt voor het verbeteren van haar kostenefficiëntie en productiviteit. Terwijl agro-ecologie innoveert op veel meer vlakken en verschillende institutionele systemen in vraag stelt. Bijvoorbeeld de ontwikkeling naar gedeeld landgebruik. Door ook deze innovaties mee te nemen in haar verdere ontwikkeling zal agro-ecologie een essentiële bijdrage kunnen leveren in het voedingsmodel van de toekomst.

Dit portret is afkomstig van Bond Beter Leefmilieu, een van de partnerorganisaties van Voedsel Anders. Lees hier meer over Bond Beter Leefmilieu. 

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen op